J

EEN JONGE WIELRENNER MIST VEEL IN ZIJN JEUGD
Natuurlijk moet een wielrenner (vanaf nieuweling) behoorlijk wat trainen. Maar laten we dit ook niet overdrijven. Ook de tijd dat wielrennen en studeren niet samen gingen ligt ver achter ons. De vele profs met diploma bewijzen dit. (Jan Bakelants, Tiesj Benoot, Jasper Stuyven, ...).

Wielrenners maken trouwens ook veel dingen mee die andere jongeren nooit zullen beleven!

Maar je mag natuurlijk niet enkel gokken op een carrière als prof. Schuif daarom niet al je andere hobby’s aan de kant voor het wielrennen.


K

KASSEIEN

Fietsen op kasseien is een kunst. Of misschien nog beter, een gave. Sommige renners haten het. Anderen zijn er voor gemaakt.

Hier enkele tips om goed over deze kinderkopjes te rijden:

  • Hou je stuur in het midden vast. Knijp er zeker niet in (dit zorgt voor krampen). Leg gewoon je handen boven op het stuur. Heb vertrouwen in je fiets die je automatisch naar de juiste weg zal leiden. Moest het toch fout gaan dan zal je eigen reflex je redden.
  • Trap een grote versnelling. Dit zorgt voor meer stabiliteit op een onstabiele ondergrond. En het gaat vooruit!
  • Probeer in het midden van de weg (op de rug van de weg) te rijden. Hier liggen de kasseien vaak beter (De rest van het wegdek is vaak beschadigd door wagens en landbouwvoertuigen).

KETTING

De ketting is een van de belangrijkste onderdelen van je fiets.

Onderhoud die dan ook goed!
Hoe?

  • Ontvet wekelijks (of na elke fietstocht in slecht weer)  je ketting met kettingreiniger of Dreft.
  • Spuit de reiniger op je ketting. Of sop hem op je ketting met bv. een verfborstel (zo duw je het vuil tussen je ketting uit).
  • Laat even intrekken.
  • Veeg je ketting schoon met een droge doek.
  • Herhaal dit nog eens moest je ketting nog niet proper zijn.
  • Olie daarna de ketting in.
  • Draai ketting en tandwielen goed rond
  • Veeg de overtollige olie af met een doek door de ketting rond te draaien en de doek op de ketting te houden.

Een ketting die intensief gebruikt wordt dient om het jaar vervangen te worden.


KLIKPEDALEN

Superhandig - superveilig!

Maar toch zijn er enkele dingen waar je rekening mee moet houden:

  • Als je pas met klikpedalen fietst mag je niet vergeten dat je ze aan hebt. Je zou echt niet de eerste fietser zijn die aan het rode licht omvalt omdat hij vergeet uit te klikken. Geen zorgen, dit wordt al snel een natuurlijke reflex (zeker als je al eens omgevallen bent :-))
  • Stel je klikpedalen af! Je kan heel eenvoudig je pedalen strakker of losse zetten. Op je pedalen zie je 2 schroeven. Door hier aan te draaien kan je ze gemakkelijk afstellen.

KOERSINZICHT

Je hebt het of je hebt het niet zegt men.

Maar toch kan je veel dingen leren door goed rond je te kijken in het peloton.

Ook door goed te luisteren naar de uitleg van renners na een wedstrijd kan je veel dingen opsteken.


KOERSSCHOENEN

Koop deze zeker niet te klein.

Als je nog in je groei zit kunnen ze anders snel te klein zijn. Zeker omdat je voeten tijdens het fietsen wat opzwellen. Vooral als het warm weer is kan dit het geval zijn.

Het is ook handig (maar niet nodig) om een paar reserve schoenen te hebben voor het geval dat je meerdere dagen na elkaar moet fietsen en je natte voeten hebt gekregen.

 

Tips voor natte schoenen:

  • Haal de zooltjes uit je schoenen en leg ze apart te drogen
  • Steek krantenpapier in je schoenen (dat absorbeert heel snel het water)                                         en vervang dit na een paar uur.
  • Neem tijdens een rittenwedstrijd een haardroger mee. Zo kan je je schoenen tussen de ochtend- en middagrit nog snel drogen

KOSTEN BESPAREN

Je kan je wielerkosten beperken als je niet voor alles het beste wil.

Veel dingen zijn niet duur en toch kwalitatief goed.

Zeker voor jongeren die in korte tijd uit hun maat groeien.

  • Een fiets hoeft niet de duurste te zijn.
  •  Je kan bijvoorbeeld als je eens van het fietsen wil proeven beginnen met een 2de handsfiets.
  • Koersschoenen, regenjasjes, handschoentjes, ...

Allemaal dingen die niet te duur hoeven te zijn.

 

Dingen waar je best niet op bespaard zijn dingen die te maken hebben met veiligheid zoals bijvoorbeeld je valhelm. Deze kan je namelijk beschermen tegen zware kwetsuren.

Het is dus van belang dat die van goede kwaliteit is. Wat niet wil zeggen dat je de duurste moet kopen.


KOUDE

Tegen koude kan je je heel goed kleden. Er is hiervoor heel wat voorzien.

Je moet wel opletten dat je je niet te warm kleedt want dit kan ook voor de nodige problemen zorgen.

 

Door te warm aan te zijn kan je lichaam niet meer goed afkoelen. Hierdoor kan je het moeilijk krijgen met je ademhaling. Als dit gebeurt doe je best een kledingstuk uit.

Onder andere daarom is het goed om bij koud weer meerdere lagen van kleren over elkaar aan te doen. Bv. zweethemdje, T-shirt, koerstruitje korte mouw, koerstruitje lange mouw.

 

Niet alleen heeft deze manier van kleden een groter isolerend effect.

Je kan dus ook gemakkelijk iets uit doen als je het te warm hebt.

 

Nylon heeft een zeer goed effect. Als je eerst een nylon kous aantrekt en daarna pas je koersbroek zal je het niet snel koud krijgen aan je benen.

 

Vanaf -5°c is het af te raden om nog buiten te trainen. Dit omdat je lichaam dan alle energie nodig heeft om te vechten tegen de koude en op die manier bouw je geen conditie op.


KRITIEK

Als je koerst ben je al snel een ‘publiek figuur’ waarover iedereen een mening heeft.

 

Je zal dus geen gebrek hebben aan goede raad en lof.

 

Maar er zullen ook mensen opduiken die klaar staan met commentaar als het even niet lukt.

 

Je kan altijd luisteren naar hun opmerkingen maar zoals je weet staan de beste stuurlui aan wal.

Niet te veel aantrekken van die kritiek en gewoon je eigen ding doen.

Nodig je kritiekasters anders eens mee uit op een training. De kans dat het daarna wat stiller is,

is bijzonder groot :-)


L

LAAT JE KOP NIET ZOT MAKEN!!!
De beste stuurlui staan altijd aan wal!  Iedereen denkt te weten wat een renner moet doen en laten om goed te presteren.

Dit klopt dus niet!
Je zal snel merken dat vooral jijzelf het beste zal aanvoelen wat je moet doen om goed te koersen. Laat je adviseren door mensen met ervaring in het vak.


LANGE BROEK
Je ziet in de zomer als het niet zo warm is veel renners trainen met een lange broek.

Dit doen ze om hun spieren niet te laten afkoelen als ze moeten stoppen (bv door pech).

 

Veel renners hanteren 20°c als grens.
Onder 20°C = lange broek - Vanaf 20°C = korte broek.

 

Je kan natuurlijk ook gaan trainen met een korte broek in combinatie met beenstukken.

Zo kan je bij pech snel weer je beenstukken aandoen.


LANGZAAM GROEIEN
Je hoeft als beginneling heus niet ieder weekend te koersen. Als je wil blijven koersen is de weg nog lang. Je kan dus gerust nog andere hobby’s blijven beoefenen. Moest blijken dat je veel talent hebt als wielrenner kan je op latere leeftijd er nog alles voor doen en laten.


Doe je dit al op je 10de dan is de kans groot dat je het koersen op je 16de al beu bent.


LET OP, MAAR LAAT JE NIET DOEN!!!
In een peloton gebeurt van alles tijdens een wedstrijd.

Er wordt gewrongen, gekwakt, plots heel hard geremd, enz.

Grotere jongens proberen de kleinere al eens te intimideren.

 

Je moet dus voortdurend geconcentreerd zijn.

 

Maar even belangrijk is dat je je niet laat doen. Als iemand een gevaarlijk manoeuvre uithaalt mag je daar gerust iets over zeggen (zonder ruzie te maken). Zelfs al is het een kampioen! Op die manier merken ze dat ze niet zomaar met je doen wat ze willen en zullen ze meer respect voor je krijgen.


LICHT OP JE FIETS
Als je op de openbare weg fietst is het belangrijk dat je gezien wordt door de andere weggebruikers.


Daarom is het in het voor- en najaar zeker aan te raden om een licht te voorzien op je fiets.

Er bestaan tegenwoordig zeer kleine lampjes die heel gemakkelijk te monteren zijn op je fiets.


LIJSTJE

Zet alles wat je nodig hebt voor een wedstrijd op papier en overloop dit lijstje

als je je tas maakt.
Zo voorkom je dat je bv. zonder schoenen aan de start staat na een rit van 1,5u.
Een lijstje zou kunnen zijn:
Vergunning, Fiets, Schoenen, Helm, Bril, Rollen, Muts, Handschoenen, Lange broek, Washandje, Handdoek, Waskom, kledij voor na de wedstrijd, Reservewiel, Koffertje met: massageolie, reservebanden, lepeltjes, ketting olie, extra stuurdopje, Klapstoeltje,...


LOS RIJDEN

Tijdens zware trainingen en wedstrijden belast je je spieren.

Deze spieren stapelen daardoor afvalstoffen op en die zorgen voor vermoeide en stijve spieren.

 

Het is daarom belangrijk om deze stoffen zo snel mogelijk af te drijven.

 

Ideaal moment daarvoor is vlak na een wedstrijd. Een kwartiertje losrijden (met klein verzet dus) op de rollen doet al wonderen.

 

Losrijden voor een wedstrijd kan ook helpen om je benen in fietsmodus te zetten.